Interactieve positionering starten

Zie voor de werking en beschrijving van de modus hoofdstuk Interactieve positionering.

Ga als volgt te werk:

  1. Interactieve positionering starten
  2. Voertuig selecteren
  3. Voor de voertuigselectie zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar:
  4. Nieuwe selectie:
  5. Laatst geselecteerde voertuigen:
  6. Onderstelselectie:
  7. Kalibratietype selecteren
  8. Selecteer het type kalibratie en ga verder met >Volgende<.
  9. Vereiste hardware voor de geselecteerde kalibratie controleren
  10. Controleer of de weergegeven hardware voor de geselecteerde kalibratie compleet en operationeel is en bevestig met >Volgende<.
  11. Selecteer de reden voor de kalibratie.
  12. Selecteer de juiste reden en bevestig met >Volgende<.
  13. Voorwaarden bevestigen
  14. Controleer de in de Cali-OS weergegeven voorwaarden aan de hand van de checklist.
  15. Bevestig de voltooide punten door de selectievakjes aan te vinken en kies >Volgende<.
  16. Hoogte van de randen van de wielkast meten
  17. De meting kan via de volgende methoden worden uitgevoerd:
  18. Meting met bluetoothlaser-afstandsmeter:
  19. Handmatige meting:
  20. Selecteer >Volgende< na afloop van de meting.
  21. Wielhouders en 3D-targets aanbrengen
  22. Wanneer de 3D-kalibriertafels loodrecht staan, >Volgende< selecteren.
  23. Voertuigpositie ruimtelijk detecteren
  24. Beweeg het voertuig overeenkomstig de instructies van de Cali-OS voor- en achteruit totdat de ruimtelijke positie succesvol is vastgesteld.
  25. Selecteer aansluitend >Volgende<.
  26. Beveiligingsinstructies bevestigen
  27. Bedien de parkeerrem en bevestig met >Bediend<.
  28. Richt de CSC-Tool PRO uit
  29. OPMERKING! De monitor moet zich in de standaarduitrichting bevinden. Deze standaarduitrichting is de horizontale uitrichting van de monitor.
  30. Aansluitend:
  31. Kalibratie op het diagnoseapparaat uitvoeren
  32. Het kalibratiepaneel wordt automatisch op de monitor weergegeven.
  33. Voer de kalibratiestap uit op het diagnoseapparaat.
  34. Selecteer >Volgende<.
  35. Protocol opslaan
  36. Voer het VIN en de kilometerstand in om het protocol in de Car History op te slaan in de en selecteer >Opslaan<.
  37. De stap kan indien nodig worden overgeslagen.
  38. OPMERKING! Hierbij wordt tijdens de volgende stap het protocol weergegeven, maar dit wordt niet in de Car History opgeslagen.
  39. Kalibratie voltooien
  40. Selecteer >Afgesloten< om de procedure af te sluiten.
  41. Het kalibratieprotocol wordt weergeven.
  42. Optioneel: