Gebruikersgestuurde positionering starten
Zie voor de werking en beschrijving van de modus hoofdstuk Gebruikersgestuurde positionering.
Ga als volgt te werk:
- Gebruikersgestuurde positionering starten

- >Gebruikersgestuurde positionering< selecteren.
- Voertuig selecteren
- Voor de voertuigselectie zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar:
- Handmatig toevoegen:
- Voertuiggegevens volledig invoeren.
- Selecteer >Volgende<.
- Laatst geselecteerde voertuigen:
- Voertuig direct uit het overzicht selecteren of zoek- en filterfuncties gebruiken.
- Nieuwe selectie:
- Mogelijkheid 1: voertuig via VIN of fabrikantnummer/typenummer zoeken en selecteren.
- Mogelijkheid 2: voertuig selecteren via Fabrikant > Serie > Model.
- Selecteer >Volgende<.
- Kalibratietype selecteren
- Sensor selecteren.
- Geef de positie van de sensor op.
- Selecteer de reden voor de kalibratie.
- Met >Volgende< bevestigen.
- Kalibratiepaneel selecteren
- Selecteer de juiste target via het selectievakje en ga verder met >Volgende<.
- Vereiste hardware voor de geselecteerde kalibratie controleren
- Controleer of de weergegeven hardware voor de geselecteerde kalibratie compleet en operationeel is en bevestig met >Volgende<.
- Wielhouders en 3D-targets aanbrengen
- Positioneer de CSC-Tool PRO vóór het voertuig.
- Wielhouders en 3D-targets monteren en nivelleren (zie hoofdstuk Montage van de wielhouders).
- Wanneer de 3D-kalibriertafels loodrecht staan, >Volgende< selecteren.
- Voertuigpositie ruimtelijk detecteren
- Beweeg het voertuig overeenkomstig de instructies van de Cali-OS voor- en achteruit totdat de ruimtelijke positie succesvol is vastgesteld.
- Selecteer aansluitend >Volgende<.
- Beveiligingsinstructies bevestigen
- Bedien de parkeerrem en bevestig met >Bediend<.
- Referentiewaarden instellen
- Voer doelpositie, afstand, hoogte, centrering en parallelliteit in de Cali-OS in overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant.
- Optioneel:
- Referentiewaarden als voorinstelling opslaan.
- Bevestig aansluitend met >Volgende<.
- CSC-Tool PRO uitrichten
- Richt de CSC-Tool PRO gecentreerd en parallel uit vóór het voertuig.
OPMERKING

Plaats de CSC-Tool PRO zodanig dat afstand, parallelliteit en centrering overeenkomen met de nominale waarden op het display van de Cali-OS.
- De remmen van het apparaat (links en rechts) met de voet activeren.
- Selecteer >Volgende<.
- Aansluitend:
- Stel de hoogte van de monitor met de zich onder bevindende knop in de Cali-OS in (druk op de knop en houd vast om de hoogte automatisch in te stellen).
- Selecteer >Volgende<.
- Kalibratie op het diagnoseapparaat uitvoeren
- Het kalibratiepaneel wordt automatisch op de monitor weergegeven.
- Voer de kalibratiestap uit op het diagnoseapparaat.
- Optioneel:
- Voeg verdere kalibratiestappen toe via >Kalibratiestap toevoegen<.
- Selecteer >Volgende<.
- Protocol opslaan
- Voer het VIN en de kilometerstand in om het protocol in de Car History op te slaan in de en selecteer >Opslaan<.
- De stap kan indien nodig worden overgeslagen.
- Kalibratie voltooien
- Selecteer >Afgesloten< om de procedure af te sluiten.
- Het kalibratieprotocol wordt weergeven.
- Optioneel:
- Het protocol kan via >Afdrukken< worden afgedrukt:
- Selecteer de protocolinhoud en ga verder met >Volgende<.
- Voer alle gegevens in die in het protocoloverzicht moeten worden opgenomen en bevestig met >Volgende<.
- of
- Protocol over >Verzenden< naar het opgeslagen e-mailadres sturen:
- Selecteer de protocolinhoud en ga verder met >Volgende<.
- Voer alle gegevens in die in het protocol moeten worden opgenomen en bevestig met >Verzenden<.